Daan's reis door Australië

Weer thuis

Hallo allemaal,

ik ben weer thuis! Ik ben gisterochtend na een goede vlucht op Schiphol aangekomen.

De laatste weken ben ik alleen nog bij Sjoerd en Melissa geweest en ben dus niet meer verder getrokken. Ik kwam er namelijk met het idee dat het een mooi eindpunt kon zijn en had geen zin meer om weer mijn tas in te pakken en verder te reizen.Dus ik heb mijn tijd doorgebracht met het ophalen van groente en fruit, het maken van de wekelijkse kratten en het runnen van de markten.

Rust en regelmaat bestonden er niet, vanwege de kinderen van Sjoerd en Melissa die vrij druk waren, het soms vroege opstaan en lange dagen en het niet regelmatig eten. Entoen ik zaterdag twee weken terug mijn rug bezeerde -of beter gezegd: mijn rug zei: nu is het wel mooi geweest, Daan, al dat zware tillen- vond ik het eigenlijk wel mooi geweest. Ook was al het reizen vermoeiend geweest en ik had weer behoefte aan regelmaat en rust. Dus daarom heb ik afgelopen dinsdag de knoop doorgehakt en besloten om naar huis te komen.

Het weer was mooi en de mensen en gemeenschap vriendelijk en leuk, dat zal ik misschien wel een beetje missen, maar soms weet je gewoon wanneer het mooi geweest is en dat was bij mij nu het geval.

En nu ben ik dus weer thuis. Ik weet nog niet wat ik zal gaan doen, maar ik ga eerst maar eens al mijn spulletjes opruimen, mijn foto's en filmpjes bekijken en misschien een fotoboek van maken en van het lekkere weer genieten, wat nu eindelijk mooi is na veel regen heb ik gehoord.

Ik ben heel blij dat ik gegaan ben en heb er heel veel van geleerd en veel gezien.

Groeten vanuit een prachtig Schagerbrug,

Daan

Oostkust

Goed, waar zijn we? Het is al weer veel te lang terug dat ik mijn laatste verhaal geplaatst heb, wat gaat de tijd toch snel.

De vorig keer waren we in Noosa gebleven. In Noosa hebben Niels en ik een 2 daagse kano trip gemaakt. We dachten dat het drie dagen zou zijn, maar het waren 2 dagen en 2 nachten. We moesten zelf voor het eten zorgen, dus de dag ervoor hadden Niels en ik samen boodschappen gedaan. We vertrokken ‘s ochtends en na een boottocht werden we bij het begin punt achtergelaten met een kaart en plan voor de komende dagen. Na alles in de kano geladen te hebben en een tijdje gepeddeld te hebben op de rivier, kwamen we aan bij de kampeerplaats. Het weer was mooi en we deden rustig aan, maar toch vrij vroeg bij de kampeerplaats aangekomen. Tent opgezet en maar wat zitten kaarten met de anderen. Iedereen dacht dat we veel langer aan het peddellen zouden zijn. Later in de middag op de steiger gestaan om naar de weerspiegeling in het water te kijken. Want als het water spiegelglad is, is het net een spiegel en als je een foto maakt en hem omdraaid, zie je het verschil niet, zo spiegeld het. En toen maar vroeg eten gaan koken, want om een uur of 18:00 zou het donker zijn. En ook maar vroeg naar bed gegaan, want we hadden niet veel te doen. En we waren aangeraden om de volgende ochtend vroeg te vertrekken om weer op tijd terug te zijn voor het donker. Na een slechte nacht op een dun matje en in een te korte gehuurde slaapzak, die ochtend als eerste vertrokken, wat heel gaaf was, want daardoor was al het water voor ons nog spiegelglad en konden we de weerspiegelen mooi zien. Na een tijdje gekanood te hebben en daarna nog een pittige wandeling, kwam je aan bij een grote zandvlakte in de duinen. Ik voelde me wel een beetje een Aboriginal/bushman toen ik daar rond liep. We hadden alleen wat eten en drinken bij ons en verder niks. Die avond begon het te regenen net toen we eten wilde gaan klaarmaken. Gelukkig waren er vlakbij overdekte picknicktafels, waar we snel met al onze spullen heen liepen. Ook die avond maar weer vroeg naar bed. De volgende ochtend weer terug gepeddeld naar het punt waar we begonnen waren en weer met de boot terug.

In Noosa trouwens na het eten van rund weer besloten om geen vlees of vis meer te eten. Het beviel me niet.

De volgende dag met de bus naar Rainbow Beach gegaan. Daar weer mensen die ik in Noosa ontmoet had gezien.

De dag er na vroeg opgestaan, want we gingen dolfijnen bekijken en voeren die elke dag op die plek komen. Er was ook een kleintje van 8 weken, wat bijzonder was, want meestal komen de jonkies pas mee als ze een paar jaar zijn. Heel bijzonder om ze van zo dichtbij te kunnen zien. De volwassenen hadden veel littekens van volgens mij gevechten met haaien.
In de middag huurde Niels en ik allebei een ‘sandboard' om van het zandduin af te ‘boarden'. Dat was nog niet makkelijk en de boards gleden ook niet geweldig. Dus na een paar keer omhoog gelopen te hebben, wat vermoeiend was, vonden we het mooi geweest. Maar het was wel leuk om te doen en toch twee keer goed snel naar beneden gegeleden. We zaten alleen wel van top tot teen onder het zand, maar goed, we hadden lol.
Later in de middag hadden we een briefing voor de komende drie dagen, waarin we naar Fraser Island zouden gaan, een groot zandeiland waar je over het strand mag rijden met een 4 wheel drive. Wat we ook zouden gaan doen. Dus eerst ingedeeld in groepen en daarna veel gepraat over veiligheid.

De ochtend daarna vertrokken we met vier bepakte 4 wheel drives naar de veerboot om naar Fraser Island te gaan. Omdat het weer slecht was, verbleven we in ‘dorm rooms' met stapelbedden en een douche en toilet, in plaats van de gebruikelijke tenten. Dat vonden we niet erg, zeker aangezien het ‘s nachts koud was en mijn gehuurde slaapzak weer eens niet lang genoeg. De eerste dag in de regen in een van de meren van Fraser Island gezwommen. Warm was het niet, maar bijna iedereen ging er in en ik kom er waarschijnlijk nooit meer, dus ook lekker een duik genomen.
De tweede dag van Fraser Island kwam ik aan de beurt om een stukje te rijden. Eigenlijk heel makkelijk, want het zand is hard en er is ruimte genoeg. Gelukkig gingen we ook nog een stukje het land in toen het mijn beurt was en dat was eigenlijk veel leuker, over een slingerende weg met wat losser zand.
Na twee dagen van somber en af en toe slecht weer, was het de derde dag een prachtig dag. De gidsen hadden het goed uitgekiend, want op die ochtend gingen we naar Lake McKenzie, een prachtig blauw meer met een wit strand. We waren vroeg en er was nog niemand anders. Na wat gezommen en op het strand gelegen te hebben, deden we nog een wandeling door een regenwoud en daarna nog wat gegeten, waarna we weer met de veerboot terug gingen naar het vaste land.

De volgende dag met de Greyhound bus naar Agnes Water gereisd. Een flinke busreis van een uur of 6. Maar met wat om me heen kijken en een film prima te doen. Gelukkig was het avondeten in het hostel waar we zaten inclusief, want we kwamen tegen etenstijd aan. Het hostel zelf was ook fijn, leuke mensen, sloten op de deuren was niet nodig en waren er dus ook niet en er hing een relaxste sfeer.

De volgende ochtend surfles gehad. Agnes Water is het laatste plaatsje waar je nog kan surfen, want als je noordelijker ga begint het Great Barrier Reef dat de golven tegenhoudt. Ik had na mijn eerste surfles in Sydney besloten dat het niks voor mij was, maar toch gegaan en er achter gekomen dat het inderdaad niks voor mij was. Een paar keer mijn knieen bezeert en een paar flinke golven over me heen gekregen en ik vond het wel weer mooi geweest.

Die middag gingen we doen waar we voor kwamen in Agnes Water: Scooteroo. Een tourtocht op een kleine chopper door Agnes Water en Town of 1770. Echt geweldig! Leren jack aan, tijdelijke tattoo's en zonnebril op en met een hele groep lekker rondrijden. Als ‘echte bikers'. Was echt super leuk om te doen en ik geloof dat sommige van jullie mijn foto al gezien hebben.

De dag er na een was gedraaid en wat rond gehangen, want we hadden de nacht bus van 21:00 uur. Dat was niet geweldig, maar goed, je moet er wat voor over hebben om ergens te komen, in dit geval Airlie Beach, het plaatsje dat toegang geeft tot de Whitsunday Islands, een eilanden groep in het Great Barrier Reef. Waar Niels en ik een 3 daagse zeil tocht gingen maken. Dus ‘s ochtends vroeg aangekomen, ingecheckt bij de zeilmaatschappij en een kleine tas ingepakt (je hebt niet veel nodig voor 3 dagen en mag ook niet alles mee).

De volgende dag met mooi weer vertrokken op de ‘Southern Cross', maar toen we eenmaal onderweg waren, werd het wat wisselvallig. Ik had mijn regenjas niet mee, maar eigenlijk had ik hem ook niet echt nodig. Ik mocht sturen van vrouwelijke schipper (schipster?) Ash. Dat was wel fijn, want ik was bang dat ik zeeziek zou worden, maar toen ik aan het roer stond, kon ik zelf bepalen hoe de boot over de golven ging, wat volgens mij hielp, want ik had nergens last van. Die middag in een baai gaan liggen om te snorkelen. Iedereen moest een 'stinger suit' aan, een dun wet suit tegen kwallen. Deze tijd van het jaar waren ze er niet, maar je weet het nooit en het was lekker tegen de kou, want het was niet geweldig mooi weer. Maar gelukkig regende het niet en scheen de zon af en toe voorzichtig tussen de wolken door. Het was echt geweldig mooi, het Great Barrier Reef. Al het verschillende koraal, de vissen en alles in felle kleuren. We hadden ook zo'n piepschuimen buis mee om onder onze borst door te doen, zodat je bleef drijven. Heerlijk ontspannen, met je hoofd onder water, je hoort niks, je hoeft niks te doen, want je blijft drijven en je kan dus in alle rust van al het moois genieten. Ik ga niet eens proberen om het te beschrijven, want daar kunnen nog geen tienduizend worden tegenop.

De volgende ochtend toch zeeziek. Ash was al vroeg gaan varen, wat ze ons gezegd had, maar om 6:30 lag ik nog lekker te slapen. Het was vrij ruig weer en hoge golven. En als ik dan niet buiten op het dek ben, gaat het fout. Dus snel wat kleren aan en naar buiten. Dat voelde meteen een stuk beter en gelukkig duurde het niet lang voordat de golven kleiner werden.
Die ochtend naar Whitehaven Beach gegaan, ‘hèt' strand van de Whitsundays. Het zand daar is super fijn en wit. Niet goed voor je fototoestel of andere elektronica, dus niet laten vallen. Het was jammer genoeg helemaal bewolkt, maar even goed mooi. Justin zei dat we naar een andere strandje vlak bij konden gaan, wat we waarschijnlijk voor ons zelf zouden hebben en dat was waar. Dus lekker met de groep daar onze tijd doorgebracht.
‘s Middags gingen we weer snorkelen. Niels zei dat ik een beetje voer aan Ash moest vragen (die met een klein bootje bij ons dreef), want er was een grote vis die het uit je hand zou eten. Eerst durfde ik niet echt, want er waren ook heel veel kleinere vissen en met al die vissen om me heen voelde ik me een beetje benauwd, maar goed, nu zijn we er, dus laten we het doen! Ik dus een beetje voer in mijn hand en ik laat een paar korreltjes los waar de kleinere vissen meteen op af kwamen. De grote vis had het snel door en schoot opeens van iets dieper naar mijn hand en tot mijn grote verbazing en schrik verdween mijn hele hand in zijn mond! De vis had het voer en ik mijn hand gelukkig nog, maar dat was wel schrikken.
Later in de middag klaarde het op en hebben we lekker op een strandje in de zon gezeten.

De laatste dag van de trip was het prachtig weer. De zon scheen, bijna geen wolken en het waaide nauwelijks. Niet geweldig zeil weer, maar wel mooi weer om te snorkelen. En dat was inderdaad met de zon erbij echt onwijs mooi. Op de plek waar we waren was vooral koraal, maar in zo veel vormen en kleuren, echt heel bijzonder. Die middag op de motor terug gevaren naar de haven, net zoals het grootste deel van de trip. Alleen de eerste dag gezeild. Maar dat maakte niet uit, de groep was leuk, de bemanning was leuk, het eten was goed en het Great Barrier Reef heel mooi.
Die avond gedag gezegd tegen Niels, want de volgende dag zouden onze wegen scheiden.

De dag er na de bus naar Cairns genomen. Een rit van 11 uur en ik had de nacht bus kunnen nemen, maar dat was me totaal niet bevallen, dus van 9:00 tot 20:00 in de bus gezeten. Wat op zich wel lekker was, want al dat reizen en leuke dingen doen is best vermoeiend. En nu zag ik tenminste nog wat van het Australische landschap, in plaats van dat ik mijn ogen dicht had. ‘s Avonds door Mickey van hostel Tropic Days opgepikt van de bus terminal en naar het hostel gebracht. Dit hostel raadde die andere jongen uit Schoorl op zijn blog aan en het was inderdaad een goed hostel. Geen stappelbedden, 3 of 4 mensen op één kamer, een handdoek en aardige medewerkers. Het lag wel wat buiten het centrum van Cairns, maar daardoor was het er wel lekker rustig en er was een busje van het hostel dat meerdere keren per dag naar het centrum reed.

De volgende dag rustig aan gedaan en Cairns een beetje verkend. Het was wel een beetje zoals Adelaide, maar misschien nog wel wat rustiger. Boodschappen gedaan, want de dag er na ging ik naar Cape Tribulation waar ik ook een nacht zou blijven slapen en voor eten moest je zelf zorgen.

Die volgende morgen opgepikt door Jim, de gids. Ik was de eerste, dus kon mooi op de voorste bank plaats nemen. Cape Tribulation is ten noorde van Cairns en is zo genoemd door de ontdekkingsreiziger James Cook. Tribulation betekend tegenspoed, want hier liep het schip van James Cook op het rif en zonk het bijna. Op de Daintree River, welke we overstaken, gingen we op een boot om krokodillen te zoeken. We vonden er één van een meter of 3.5. Best indrukwekkend om er een in het wild te zien. Daarna reden we verder naar Cape Tribulation, wat niet meer dan een klein plaatsje is. Die middag naar ‘Exotic Fruit Tasting' geweest. Tien verschillende soorten fruit waar ik nog nooit van gehoord had. Allemaal heel speciaal en sommige heel vreemd. Daarna nog even snel naar het strand geweest voor het donker werd. ‘s Avonds mijn eten klaargemaakt en een tijd zitten praten met een Zweeds stel dat samen met een schipper van Byron Bay naar Cairns met een zeilboot gevaren was.

De ochtend daar op volgend vroeg mijn bed uit gegaan om de zonsopgang op het strand te bekijken. Want in plaats van dat de zon bij ons ‘in de zee zakt', komt hij hier ‘uit de zee op'. Daarna nog maar even naar bed, want ik was nog wel moe. Toen nog naar de wezelijke kaap ‘Cape Tribulation' gelopen om rond het middaguur weer opgepikt te worden door Jim. De terugreis van de trip begon met een bezoekje aan een ijscoman die ijs met fruit van eigen teelt maakte. Daarna nog naar een Aboriginal geweest die het een en ander vertelde over het regenwoud en toen nog bij de Mossman River gekeken.

De volgende dag ben ik voor een dag naar het Great Barrier Reef geweest vanuit Cairns en dat was echt geweldig. Ik had ook een introductie duik geboekt. Dus op de heen weg op de ‘Ocean Freedom' kregen ik en anderen uitleg over de uitrusting. Wetsuit en zwemflippers aan, duikbril op en de zuurstoffles op je rug. Voorzichtig naar het randje lopen, duikbril en zuurstofmasker vasthouden en een grote stap nemen. Toen ik weer boven water kwam, dreef mijn instructrice al voor me. Eerst nog vasthouden aan de stang achter de boot en oefenen met wat je moet doen mocht je zuurstofmaskter af gaan en hoe je het water uit je duikbril kon krijgen. Daarna de hand van de instructrice vast en op weg naar het koraal. Echt onwijs mooi, ik kan niet anders zeggen, zo veel kleuren en vormen, vissen en koraal. Echt geweldig. Twee schilpadden en het nemo visje gezien. Na 20 minuten was het over met de pret en waren we weer boven. Ik vond het zo gaaf dat ik besloot om die middag nog een duik te doen. Na een kop thee weer het water in om te snorkelen. Ook heel mooi, maar het kan toch niet tegen duiken op. Na de lunch met de boot met glazen bodem mee, waar we wat uitleg over het een en ander kregen. Daarna nogmaals alle uitrusting aan om nog een keer te gaan duiken. En dat was nòg mooier dan de eerste keer. Zo veel kleuren en vormen, niet te beschrijven. Deze keer zagen we twee ‘sting rays' die zichzelf weer in het zand begroeven waarna je niks meer van ze zag. Ook deze keer was het na 20 minuten uit met de pret. Maar ik was heel blij dat ik het gedaan had. Echt super mooi. Als je ooit nog eens de kans krijgt om dit te doen, zeker doen. Het is voor mijn tot nu toe het gaafste dat ik in mijn leven gedaan heb. Daarna nog een keer gesnorkeld waarna we weer terug voeren naar de haven in Cairns.

Op zaterdag, de dag er na, ‘s avonds naar Sjoerd en Melissa en kinderen in Kuranda (dicht bij Cairns) gegaan om daar te gaan WWOOFen. Hier ben ik nu al weer bijna twee weken. Ze runnen een netwerk waarin ze groente en fruit van lokale boeren halen en dat dan in kratten verspreiden naar mensen die een abonnement hebben op zo'n krat. En daarnaast staan ze vier dagen per week op verschillende markten. Ik heb het hier naar mijn zin, maar het is wel vermoeiend, want er is niet veel regelmaat. Soms vroeg op en op de markten staan waar zelf iets eten er soms bij inschiet. Maar Sjoerd komt uit Alkmaar, dus dat werkt wel goed. Je merkt wel dat als je andere Nederlanders tegenkom, dat je een betere ‘klik' hebt met mensen uit onze regio dan met mensen uit andere delen van het land.

Ik weet nog niet wat ik hierna ga doen, ik zie het wel.

Daan

Alice Springs, Brisbane, Australia Zoo en Noosa

We zaten dus met z'n alle in hetzelfde hostel in Alice Springs. Ik zou dinsdag de 15e naar Brisbane vliegen, dus ik had twee dagen in Alice Springs te besteden.

De meeste bleven een dag of wat, dus we zijn met meerdere op pad geweest. Wat ook niet zo verkeerd is, want ook in Alice Springs is er redelijk wat criminaliteit en ze raden je af om in het donker de straat op te gaan.

Op zondag hebben we wat op de wekelijkse markt gekeken en naar het Telegraph Station gelopen. Maar dan ben ik niet naar binnen geweest omdat het mij de 9 dollar niet waard leek. Het was een tussen station voor de eerste verbinding met Europa/Engeland. Daarna naar het Royal Flying Doctors museum geweest. Dat was interessant. Die avond met iedereen die er nog was avondeten gemaakt.

Op maandag naar het Desert Park geweest, een dierentuin met dieren uit de woestijn. Vooral de nachtdieren waren gaaf om te zien. Daar had je die grote ratten/konijnen die als een kangaroo springen. Heel vreemd, het leek wel buitenaards of een laboratorium project. Ook die avond weer met de mensen die er nog waren avondeten gemaakt.

En zoals ik al zei, afgelopen dinsdag 15 mei naar Brisbane gevlogen. Samen met Niels, één van de andere Nederlanders. Hij had nog geen vast plan wat hij zou doen na Alice Springs, maar hij wilde ook naar de Oostkust, dus hij besloot dezelfde vlucht als mij te boeken. ‘s Middags eerst naar Sydney gevlogen en daarna door naar Brisbane. Daar de shuttle bus naar het hostel genomen, Banana Benders. Een klein en gezellig hostel, op aanraden van Maaike, ook een van de Nederlanders die al eerder in Brisbane geweest was. Avondeten hadden we al in het vliegtuig gehad en we waren allebei moe van de trip door outback en de slechte matrassen in het hostel in Alice Springs, dus vroeg naar bed gegaan.

De volgende dag naar Peter Pans geweest, een reisbureau keten voor backpackers. Daar allebei alles geboekt van Brisbane tot Cairns. De eerste twee weken hebben we hetzelfde, maar daarna scheiden onze wegen zich.

Die avond voor het eerst een 'echte maaltijd' voor mezelf gekookt na bijna drie maanden backpacken. Hoe dat zit? In Sydney was het één en ander geregeld, hebben we samen met de groep gekookt of deed ik het heel simpel (noodles en een paprika is in mijn ogen niet een 'echte' maaltijd). Daarna ben ik samen met Stefan gaan reizen en hebben we dus samen gekookt en werd er voor ons gekookt in de weken dat we aan het WWOOFen waren. Daarna in Melbourne of samen met Stefan of een blik bonen. Toen bij ome Jan en tante Tini verwend met heerlijk eten. Daarna een tour, toen weer WWOOFen, in Adelaide weer twee dagen simpel, want daarna de Outback in en in Alice Springs samen met de anderen. Voor degenen die geïnteresseerd zijn wat ik dan gekookt had: rijst met courgette, champignons, tomatensaus en tonijn. Ja, het vegetariër zijn beviel prima, maar tijdens de Outback tour was het irritant lastig en hier aan de oostkust ga ik meerdere trips maken en het is ook veel makkelijker als je samen met anderen wilt/kunt koken. Kortom: het gedoe was het niet meer waard. Ik heb tot nu toe tonijn en ham gegeten en ga vanavond kip of gehakt klaarmaken. Ik ben benieuwd hoe het me zal smaken.

Maar goed, de dag nadat we alles gepland en betaald hadden, vertrokken we vanuit Brisbane naar de Australia Zoo, de dierentuin van Steve Irwin. Super mooie dierentuin en de krokodillen shows waren heel cool. De man die ze die dag deed leek wel een beetje op hem. Alles was heel open opgezet en ik heb kangaroo's en koala's geaaid, een krokodil vast gehouden en een olifant gevoerd, want er was ook een Afrikaans gedeelte.
Daarna weer de Greyhound bus ingestapt om naar Noosa te gaan, een kustplaatsje omringd door bossen. Hier gaan we morgen op een drie daagse kano trip door de bossen en daarna verder naar het noorden. Maar dat is voor de volgende keer.

Groeten vanuit Noosa,

Daan

Heading Bush

Hallo allemaal,

Ik ben al weer een tijdje terug in de bewoonde wereld, tijd om mijn belevenissen in de Outback te delen met jullie.

(Dag 1)
Vroeg opgehaald bij het hostel waar ik -en later bleek de helft van de groep- verbleef. Naar het kantoor van Heading Bush gereden om alles door te nemen en mijn gehuurde slaapzak te krijgen. Ook maar een vliegennet gekocht voor over je hoofd.
Eén van de medereizigers was Marleen, waarmee ik met de groepsvlucht van Nederland naar Australië gevlogen was. Heel toevallig, ik wist wel dat ze ook graag deze trip wilde doen, maar het was wel toevallig dat we dezelfde geboekt hadden.

De eerste stop was bij Port Germein, een hele lange houten pier waar vroeger de schepen geladen werden. Verder gereden, geluncht, en een wandeling gemaakt in Mount Remarkable National Park met een prachtig uitzicht. Later die middag een ritje op een kameel gemaakt! Dat was een hele ervaring. Achterover leunen als hij opstaat, want hij staat eerst met z'n achterpoten op. Na een hobbelig maar leuk ritje van een halfuur en wat foto's stapten we weer af om weer verder te gaan naar de plek waar we de eerste nacht gingen doorbrengen. Daar was een Aboriginal vrouw om te vertellen over haar leven en de Aboriginals. Zij was in de bewoonde wereld geboren en in principe gewoon westers, maar ze wist wel veel van de geschiedenis en sprak ook een Aboriginal taal. Na het eten rond het kampvuur rolde iedereen voor het eerst zijn swag uit om te gaan slapen. Dat is een soort canvas zak met een matras erin, waar je met je slaapzak in gaat liggen. Dus je kan de sterrenhemel bekijken als je erin ligt, wat heel leuk is, maar de eerste nacht was de maan heel fel, dus dat was wel wennen.

(Dag 2)
Na een koude nacht en niet een geweldige nachtrust op het dunne matras, ontbeten en alles weer ingepakt om de reis te vervolgen. De eerste stop was een ‘waterhole', die de Aboriginals gebruikten, maar die door de westerse nieuwkomers vergiftigd werd om ze te doden. Tsja, de westerlingen hebben hier vroeger geen leuke dingen gedaan. Verder gereden om een korte wandeling te maken naar rotswand tekeningen van de Aboriginals van vroeger. Daarna verder naar Wilpena Pound, wat vanuit de lucht op een amphitheater lijkt. Van binnenuit kon je dat niet echt zien, maar het was even goed mooi. Wilpena Pound maakt deel uit van de Flinders Ranges, een bergketen als het ware, waarin we ergens kamp opzetten voor die avond.

(Dag 3)
Die nacht was het nog kouder dan de eerste nacht, deze ochtend zat er ijs op mijn tas die op de grond lag. Maar met kleren aan in de slaapzak en in de swag ging het net, alleen mijn hoofd en oren waren soms koud, door mijn korte haar. Deze dag een muts gekocht, welke zeker nog vaker van pas gekomen was tijdens de trip.
Die ochtend Yellow Footed Rock Wallabies gezien, een type kangaroo die redelijk zeldzaam begint te worden. Veel gereden deze dag. We kwamen ook een fietser met bepakking tegen en daarna voor zeker een minuut of 45 helemaal niks. Respect voor die man. Later in de middag bij (South) Lake Eyre gekeken, het laagste punt van Australië waar veel rivieren van het binnenland naar toe stromen. Er stond op dat moment water in, wat meestal niet zo is, maar omdat centraal Australie de laatste twee jaar meer neerslag gehad heeft dan normaal nu dus wel.
Redelijk veel vliegen deze dag, welke vele, vele malen irritanter zijn dan de vliegen in Nederland, want ze gaan op je gezicht zitten en kruipen naar je ooghoeken en oren op zoek naar vocht, wat schaars is, want het blijft toch allemaal woestijn.
‘s Avonds oude bielzen van de oude Ghan Railway verzameld voor het kampvuur van die avond welke erg goed en lang brandden, en kamp opgezet bij een oud en verlaten huis.

(Dag 4)
Deze dag gestopt in William Creek, een heel klein plaatsje met een restaurant, hotel, camping, benzine pomp en vliegveldje. En volgens mij zijn de vaste bewoners op twee handen te tellen.
Daarna Coober Pedy, een plaats die onstaan is vanwege het mijnen naar Opal, glimmende steentjes in mijn ogen, maar sommige zijn heel duur. Omdat het er zo warm is, wonen de mensen ondergronds, waar het altijd tussen de 21 en 25 graden is. Er wordt nog steeds gegraven naar Opal, maar er wonen ook Aboriginals en er is veel criminaliteit. Ik vond dat er maar een vreemde sfeer hing. Maar we konden hier wel douchen! Ik had verwacht dat dat pas weer in Alice Springs, na 10 dagen, kon, dus dat was een meevaller.
De zon ging die avond heel snel onder. Je kon hem zowat zien zakken. Hij was binnen een paar minuten achter de horizon verdwenen. En vlak daarna kwam de maan in het oosten op. Heel vreemd maar heel cool om te zien.
Die avond stonden we op een open plek en waaide het. De meeste gingen achter de jeep en aanhanger liggen, maar ik en een paar anderen gingen met onze voeten tegen de wind in liggen, wat prima werkte, de wind ging over je heen.

(Dag 5)
Die ochtend een hele mooie zonsopkomst gezien. Daarna naar de Painted Desert gereden om een wandeling te maken. Het heet zo, omdat het meerdere en mooie kleuren heeft.
In het Pink Roadhouse in Oodnadatta een Magnum ijsje gekocht. Kostte wel 4,50, maar was wel lekker midden in de woestijn.
Die avond naast een opgedroogde rivier kamp opgezet. Nadeel daarvan was dat er veel vliegen en muggen zaten. En spinnen en slangen. Hier kwam het vliegennet mooi van pas.

(Dag 6)
Vroeg opgestaan en het ontbijt overgeslagen om eerst naar de Dalhousie Hotspring te gaan. Dit is een heetwaterbron waar je in kan zwemmen. Dat was echt heeeeerlijk. Het was ‘s ochtends nog redelijk koud en het water was lekker warm. Nadat iedereen zich weer herboren voelde, ontbeten en weer de auto/jeep in om verder te rijden. Alleen niet zonder slag of stoot deze morgen. Na een uur of twee verminderde de gids vaart en ik dacht dat het was omdat we een bijzonder ruig stuk weg met stenen tegen kwamen, maar hij stopte helemaal. Hij liep een rondje om de auto en iedereen moest uitstappen, want we hadden een lekke band... Na een ruim half uur zat de reserve band er op en konden we weer verder. We waren redelijk dichtbij een plaatsje (wat dan weer niet meer inhoud dan een restaurant, hotel en een paar vaste bewoners), waar de gids gelukkig een nieuwe reserve band kon krijgen van een andere auto. Maar doordat het allemaal wat tijd kostte, gingen we daar lunchen. Dat was niet echt fijn, want het zat daar vol met vliegen. Echt heel, heel veel. Ik heb mijn broodjes gesmeerd met mijn vliegennet op en hem daarna half opgehouden tijdens het eten. Wat dan weer best grappig is, is dat er evengoed vliegen om je hoofd vliegen die op je hoofd willen gaan zitten, maar toen er eentje in mijn vliegennet zat, wilde die juist naar buiten toe. Vreemde beestjes...
Mensen in die kleine plaatsjes vragen altijd waar je naar toe gaat. Misschien ook uit interesse, maar volgens mij meer voor de veiligheid. Als we een andere auto tegen kwamen en we stopten allebei, vroeg de gids ook altijd of ze wisten waar ze heen gingen. Je wilt niet verdwaald raken in de outback, dat is een ding dat zeker is.
Die middag het Northern Territory binnen gereden. Daarna naar de Simpson Desert. Hier is het zand heel mooi rood/oranje en het landschap is heuvelachtig. Weer heel anders. Het landschap veranderde trouwens elke half uur tot uur wel. Het is zeker niet alleen maar open rode zand vlakte.
Hierna reden we naar een Aboriginal Community, een Aboriginal dorpje. Je mag er als non-Aboriginal alleen in als je toestemming hebt. Het was eigenlijk gewoon een soort achterstandswijk. Alles was slecht onderhouden en er hing een vreemde sfeer. We kwamen hier om ons water bij te vullen en eigenlijk ook boodschappen te doen, maar de supermarkt was dicht.
Daarna door de droogliggende Finke River gereden. Dit schijnt de oudste rivier te wereld te zijn.

Die avond zette we kamp op bij het geografisch midden van Australië en heb ik er 10 meter vanaf geslapen. Als je Australië zonder Tasmanië uit een kaart zou knippen, dan zou je het op dit punt kunnen balanceren.

(Dag 7)
Deze dag reden we bijna een koe aan. Je ziet af en toe wel een paar koeien, maar deze zat aan de kant van de weg en schrok van ons en sprong de weg op, waarna hij gelukkig weer van de weg af sprong, want anders hadden we hem waarschijnlijk geraakt. Een stukje verder kwamen we een verlaten auto tegen. Hoogst waarschijnlijk van Aboriginals. De gids zei dat ze waarschijnlijk zonder brandstof waren komen te staan of panne hadden. Aboriginals laten hun auto dan gewoon achter. Ze geven niet veel om hun bezittingen. De gids vertelde ook dat als Aboriginals een kangaroo op de weg zien, dat ze hem dan proberen te raken, zodat ze eten hebben.
Eindelijk weer de geasfalteerde weg bereikt deze dag. In de middag Uluru / Ayers Rock bereikt. Dat is die grote rode steen die iedereen waarschijnlijk wel kent. Eerst naar de camping, waar we die nacht zouden doorbrengen. En waar we weer konden douchen! Die avond de zonsondergang bij Uluru bekeken. Dat was echt gaaf. De kleurverandering naarmate de zon ondergaat, echt heel mooi om te zien.

(Dag 8)
Deze ochtend voor zonsopkomst opgestaan om de zonsopkomst bij Uluru te bekijken, wat wederom heel mooi was. Daarna om Uluru heen gelopen. Het was prachtig weer en geen wolkje aan de lucht, dus dat was ook weer heel mooi. Van dicht bij is hij redelijk anders.
Die middag ook nog een wandeling bij de Kata Tjuta gemaakt. Dat zijn bergen vlakbij Uluru. Die eigenlijk net zo indrukwekkend zijn dan Uluru, maar veel minder toeristisch.
Die avond tot in het donker gereden om aan de rand van een opgedroogd zoutmeer te kamperen. De sterrenhemel was daar echt geweldig, zo veel sterren.

(Dag 9)
Wakker worden aan de rand van het zoutmeer was heel gaaf. Deze ochtend rustig aan, want we hadden geen haast. Vandaag een wandeling van 4 uur gemaakt door de Kings Canyon. Ik was eerst bang dat mijn knieën het misschien niet aan zouden kunnen, maar dat ging gelukkig goed. Er was ook een ouder stel mee, waarvan de vrouw in een niet zo'n goede conditie was, dus het tempo lag gelukkig niet hoog. Dit was misschien wel het mooiste van de trip. Een geweldig mooi rots/steen landschap wat door de tijd heen uitgesleten/verweerd is tot wat het vandaag is.

(Dag 10)
Deze laatste dag rustig aan richting Alice Springs vertrokken. Onderweg nog een paar keer gestopt bij een paar mooie punten en bij de lunch gingen sommige nog zwemmen.
In Alice Springs met de hele groep in hetzelfde hostel ingecheckt en ‘s avonds met z'n alle uit eten geweest.

-

De groep bestond voor meer dan de helft uit Nederlanderse backpackers. Zeven van de twaalf reizigers was Nederlands. Dat komt omdat we via Australian Backpackers (het bedrijf waarbij ik alles geregeld en geboekt met om naar Australië te gaan) korting krijgen en zei deze tour ook aanraden. Het was leuk om met andere Nederlanders te reizen. Dat voelde vertrouwd en communiceerde makkelijker dan in het Engels. We spraken ook Engels onder elkaar, voor de anderen van de groep, want die kunnen anders niet mee praten.

En wist u dat?
- Het zand rood is door roest?
- De neerslag in de outback heel onvoorspelbaar is en er de laatste twee jaar meer gevallen is dan normaal?
- Brandstof en eten duur is in de outback?
- Er ook muizen en ratten zijn die springen zoals kangaroo's?
- Het vreemd was om weer terug te gaan naar de bewoonde wereld?
- Het nogmaals erg fijn was om met andere Nederlanders te reizen?

Daan

Great Ocean Road, Adelaide en WWOOFen

Hallo allemaal!

Aangezien ik bijna voor 10 dagen de bush in ga, is het tijd voor een nieuw verhaal.

Donderdag 19 april in de ochtend door ome Jan en tante Tini naar een Shell tankstation gebracht, waar ik opgepikt zou worden voor de twee daagse tour naar Adelaide.

We vertrokken richting Geelong, de start van de Great Ocean Road. De kust is hier zeker mooi en de weg slingerd er langs. Onderweg stopte we ook ergens waar er Koala's in bomen zaten. Daarna verder naar de lunch en het binnenland in. Daar maakte we een wandeling door een regenwoud. In noordoost Victoria had ik samen met Stefan ook al door een regenwoud gelopen en dit was zo goed als hetzelfde. De gids zei voordat we de wandeling begonnen, dat we op moesten passen voor de mechanische dinosaurus en dat hij elke keer weer ergens anders zit. Je snapt hem al: de gids was stiekem wat vooruit gelopen en had zich achter een boom verstopt om schreeuwend tevoren te komen om ons te laten schrikken. Ja, dat gebeurt niet als je met z'n tweeën onderweg bent. Het nadeel van een georganiseerde tour als deze is dan wel weer dat je de tijd niet aan jezelf hebt. Maar goed, we ginnen weer naar de kust om de beroemde Twelve Apostels te bekijken (waarvan er trouwens nooit twaalf geweest zijn). Mooi om te zien, zeker alle lagen waaruit ze opgebouwd zijn. Hier hadden we gelukkig wel wat meer tijd. Daarna naar de Loch Ard Gorge. Dit was minder toeristisch, redelijk hetzelfde, maar toch mooier. Ondertussen was het al laat in de middag en gingen we onderweg naar de stop voor het avondeten. Dit was niet inbegrepen, maar dat wist ik gelukkig en ik had dus een paar boterhammen gesmeerd bij ome Jan en tante Tini. Die avond moesten we nog naar Halls Gap in de Grampians National Park rijden, wat nog een uur of 2 zou duren, maar de gids besloot om toch de omweg te nemen om Kangaroe's proberen te spotten. Het was ondertussen al helemaal donker, maar we kwamen er toch een aantal tegen en met de zaklamp kon je ze evengoed zien. In Halls Gap was het hostel waar we gingen slapen en dat beviel zeer goed. Het was er rustig, wij waren de enige, het was er schoon en de keuken was in goede staat en het voelde er meer als een thuis. Eindelijk een positieve ervaring met hostels na twee maanden backpacken! De meeste gingen nog bij het kampvuur zitten en bier drinken, maar het was een lange dag geweest en de volgende ochtend moesten we weer vroeg op, dus ik besloot naar bed te gaan.

De volgende ochtend dus vroeg vertrokken om na een paar minuten al weer te stoppen bij een lokaal sportveld, waar een grote groep Kangaroe's zat. Je kon behoorlijk dichtbij komen voordat ze weg sprongen. Hierna opweg naar de plek waar we een wandeling zouden gaan maken. De gids zei dat je alleen een fles nodig had, want je kon hem onderweg vullen. Ik had geen idee hoelang de wandeling zou zijn en besloot om helemaal geen fles mee te nemen. Het was dus een behoorlijk pittige wandeling de rotsachtige berg op. Gelukkig had de gids voor mensen zoals ik extra water mee. Na iets van anderhalf uur de top bereikt. Het uitzicht was mooi en mijn knieën hadden zich gelukkig redelijk goed gehouden. De wandeling terug vonden mijn knieën wat minder, maar dat kwam ook omdat ze me al de berg opgeholpen hadden en we op de terugweg geen pauze namen. Hierna naar een Aboriginal centrum geweest, waar werd uitgelegd hoe de Aboriginals in die omgeving leefde. Het laatste onderdeel van de tour was een waterval, waar we nog een groepsfoto gemaakt hebben. Hierna werd de groep verdeeld in mensen die naar Adelaide gingen en mensen die weer terug naar Melbourne gingen. Dat ging met een andere lijndienst bus. Om een uur of 19:30 in Adelaide aangekomen en naar het hostel dat ik gereserveerd had gelopen. Wat wederom een positieve ervaring met hostels opleverde. Ik kreeg een twee persoons kamer, in plaats van een ‘dorm room' (wat hier een vier persoons kamer inhoud, waar in andere hostels het meestal acht is) en op mijn bed lag een handdoek en een stukje zeep! Echt geweldig! En nog goedkoper dan dat waardeloze bedbug hostel in Melbourne. Er hing ook een goede sfeer en het slag mensen was er ook anders. Adelaide is trouwens ook heel anders dan Melbourne. Het is veel rustiger en opener. Ik ben helemaal niet van steden, maar Adelaide is niet verkeerd.

De volgende dag de WWOOF host gebeld waar ik naar toe zou gaan. Ik begreep haar niet helemaal goed, waardoor ik dacht dat we afgesproken hadden dat ik om een uur of 13:00 de trein zou pakken naar het zuiden, maar zij bedoelde dat ik om 13:00 uur op het eindstation zou zijn. Gelukkig vond ze het niet zo erg, maar hebben ze (Rachel en haar drie kinderen) toch twee uur op me moeten wachten. Maar goed, ik was dus 40 minuten met de trein naar het zuiden gereisd en de rit met de auto duurde nog eens een uur. Onderweg regende het flink, wat het drie maanden niet gedaan had, vertelde Rachel. Want terwijl andere delen van Australië te kampen hadden met overstromingen, hadden ze hier dus drie maanden geen regen gehad. We kwamen bij een metalen hek dat door een van de kinderen geopend werd, waarna we een onverharde stenen weg op reden. Het pad naar het huis was helemaal onverhard en op sommige plekken steil. Zonder 4wd kwam je er niet over heen. Na een minuut of 5 en nog een hek, kwamen we bij het huis. Snel alle spullen uit de laadbak van de pick-up gehaald, want het zeil was niet helemaal waterdicht. Het huis heeft Karl (Rachel's man die weg was voor zijn werk) zelf gebouwd, heeft strobalen in de muren en veel glas aan de zon kant. Ze zijn nergens op aangesloten en gebruiken regenwater om te drinken en te wassen, zonne- en windenergie voor stroom, gasflessen voor het fornuis en een houtkachel als verwarming. Mijn onderkomen was een oude caravan.

De volgende dag vanwege het weer ‘s ochtends een spelletje Monopoly met de kinderen gespeeld, maar in de middag klaarde het op en kwamen de ouders van Rachel. Met de vader van Rachel nog haardhout verzameld voor het donker werd. Die nacht regende het keihard, wat je in de caravan niet kon ontgaan, maar ik was er maar één keer wakker van geworden, aangezien ik nog steeds wat moe was van de tour.

Op dinsdag ging Rachel naar de basisschool van de kinderen om kookles te geven. Ik mocht mee. Het was vlakbij een strand, waar ik de ochtend kon doorbrengen. Op het strand was een grot, dus dat was wel gaaf. Maar toen ik er een meter of 10 ingelopen was met mijn iPhone als zaklamp, vond ik het wel mooi geweest en ging weer terug. De basisschool was een half uur rijden en had maar drie klassen, voor de leeftijden van 5 of 6 t/m 12. Het is er redelijk uitgestrekt. Vanaf het huis kon je ook maar één ander huis zien.

De dagen daarna heb ik voornamelijk getuinierd. En de afwas gedaan. Meestal was dit alleen de pannen, want ze hadden een vaatwasser, maar op een van de dagen vroeg Rachel of ik alles wou afwassen, aangezien het die dag bijna niet gewaaid had en het bewolkt was geweest. Tsja, dat zijn de dingen waar je rekening mee moet houden als je niet op het stroomnet aangesloten bent.
Op zaterdag naar een strandje geweest met uitzicht op Kangaroo Island. Sahara had een verjaardagsfeestje, wat gecombineerd werd met vissen op dat strandje door Karl en Jarrah en Rachel ging een wandeling maken. Ze vingen twee vissen, maar raakte drie keer hun haakjes kwijt, dus toen vonden ze het wel mooi geweest.

Ze bakten hun eigenbrood (ook rozijnenbrood!) en bijna al het eten was organisch (zonder chemische bestrijdingsmiddelen) en dat proef je. Al het eten had meer smaak. Ze hadden een groentetuin en een boomgaard. Het fruitseizoen was helaas net over, maar veel groente kwam uit eigen tuin en een avond hadden Karl en ik aardappels geoogst om diezelfde avond te eten. Het was een mooie ervaring om wat afgeslotener en bewuster te leven. (Ze hadden wel tv en internet en mijn mobiele telefoon had gewoon bereik)

Afgelopen maandag avond met Karl meegereden naar Adelaide, hij moest weer op het vliegtuig voor zijn werk, waar ik weer in hetzelfde hostel verblijf (hostel109.com voor de geintereseerde).

Vandaag ben ik naar de Central Market hier in Adelaide geweest en naar een backpackers reisbureau voor de oostkust, want ik heb mijn vlucht van Alice Springs naar Brisbane geboekt. Ik heb nog niks definitief voor de oostkust geboekt, maar dat doe ik misschien morgen. En daarna... de bush in! Heading Bush. Ik heb er onwijs veel zin in.

Tot de volgende keer,

Daan

Melbourne

Mijn vorige verhaal is alweer van een tijdje terug, dus tijd voor een update.

De zondag na de bruiloft het meeste opgeruimd, maar in de middag had niemand meer zin om op te ruimen, dus hebben we met z'n allen maar een beetje gezeten en 's avonds foto's gekeken.

Omdat we het draadloze internet mochten gebruiken, heb ik die maandag veel op internet gekeken om een idee te vormen over hoe ik mijn reis zal vervolgen. Ik vond een blog van een andere Nederlander die uit de omgeving van Schoorl komt en afgelopen november in Australië aangekomen was. Ik las wat hij gedaan had en besloot om mijn plannen wat aan te passen. Maar daar later meer over.

De dag er na zeiden we na de lunch gedag tegen Michael, Sheree, Ruth (Sheree's moeder van 90 die nog heel vitaal is), Esther en Doherty. Onze bestemming was Philip Island. We arriveerde er pas om een uur of 17:00 en ik dacht dat ik wist waar de 'beroemde' pinguïns bij zonsondergang aan land zouden komen, maar ik had het fout. Gelukkig wist Stefan het wel, maar ondertussen waren we al bij een strand geparkeerd en de golven zagen er woest uit, dus we bestloten een kijkje te nemen. Het was er verboden om te zwemmen, maar er waren wel surfers. De golven waar hoog en nadat we een tijdje op het harde zand dicht bij het water gestaan hadden, werden we opeens verrast door het water en moesten we maken dat we zeker 10 meter het strand op rende, want anders hadden we natte voeten gehad. Heel vreemd, want we stonden er toch al een tijdje en opeens kwam het water dus 10 meter verder.
Maar hier waren de pinguïns dus niet, wist Stefan gelukkig. Wij naar de andere kant van het eiland (wat trouwens door een brug met het vaste land verbonden is) om uit te vinden dat je 21,65 dollar moest betalen om de pinguïns te zien. Nou goed, we zijn er nu toch, laten we het maar doen. Er waren veel meer toeristen en nadat we verteld waren om geen foto's te maken en op onze plek zaten (een tribune tot op het strand), was het wachten tot ze zouden komen. Toen het bijna donker was, kwamen de eersten. Best grappig om te zien, een groep van kleine pinguïns die aan land wilt komen na een dag zwemmen, maar eerst nog langs een groep meeuwen moet die hun staan op te wachten en uiteindelijk helemaal niks doen. Na nog wat rondgekeken te hebben, gingen we weer naar de auto en moesten we nog bedenken waar we de nacht door zouden brengen. Na naar een parkeerplaats bij een ander strand gereden te zijn, besloten we om terug te gaan naar de parkeerplaats bij het strand waar we eerder waren. Er was niemand en de maan scheen fel, dus we konden de golven nog net zien. We wisten vrijwel zeker dat we hier de nacht eigenlijk niet door mochten brengen, maar aangezien we niet echt een andere optie hadden, besloten we het te doen en wel te zien of er iemand kwam om ons weg te sturen.

De volgende ochtend werden we vroeg wakker en de auto's met surfers reden af en aan. Blijkbaar waren de golven niet goed en vertrokken ze allemaal weer. Wij gingen een klein stukje verder om naar Cape Woolamai te gaan. Daar een stuk gelopen over de kaap en het strand. De rest van de dag nog in een klein plaatsje op Philip Island geweest en op een ander strand, waar het zand na de rotsen heel anders was dan het zand bij de opgang. Laat in de middag naar Melbourne vertrokken om de nacht door te gaan brengen bij mensen die we op de bruiloft ontmoet hadden. De reden dat we laat in de middag pas die kant op gingen, was omdat we niet vlak voor het avondeten aan wilde komen. Dat was niet erg slim van ons, want voordat we bij Melbourne waren, was het donker. En we hadden nog niet gegeten. We besloten om maar door te rijden over de snelweg die opeens in een weg veranderde die door bebouwing liep en eerder al kruispunten had. Heel vreemd. En na een tijdje ook elke 500 meter verkeerslichten. Welke hier in Australie niet boven de weg hangen, maar aan de andere kant van het kruispunt op de hoogte van de fiets verkeerslichten staan. Voeg daar aan toe dat je de hele dag in de zon geweest bent, nog geen avondeten gehad hebt, het druk op de weg is en na een paar uur rijden toch wel een beetje moe begint te worden en wat krijg je dan? Een flits terwijl ik over een leeg kruispunt reed. Helaas, ik moet dus door rood gereden hebben. De reis zou nog lang niet over zijn en na veel frustraties en zeker drie rondjes gereden te hebben, parkeerde we de auto in een parkeergarage. We hadden contact gehad met de mensen waar we graag wilde blijven slapen, maar ze waren die avond niet thuis, dus adviseerde ons om het hostel een het einde van de straat te nemen. Ik wilde toch even kijken of er niet toevallig al iemand thuis was, maar helaas, niemand thuis. Stefan wilde al naar het hostel lopen, maar ik vond dat we nog wel even konden wachten of ze misschien thuis kwamen. En waarachtig: op het punt dat we naar het hostel wilde gaan, kwamen ze thuis. Wat een mazzel. We waren blij dat we binnen mochten komen na een lange dag en dat we daar de nacht door mochten brengen.

De volgende dag rustig aan gedaan en wat zitten lezen in de Botenic Garden. De mensen waarbij we verbleven gingen die avond weg voor het paasweekend, hun dochter bleef thuis, maar helaas was dit de tweede en laatste nacht die we mochten blijven. Maar goed, we waren al blij dat we mochten blijven, dus de dag er na het hostel geboekt t/m maandag. Dat gaf wat tijd om rustig aan te doen. 's Avonds wederom pinguïns gekeken, maar deze keer gratis, op de pier van St Kilda (het deel van Melbourne waar we waren).

De dag erna naar Albert Park geweest, waar de formule-1 wedstrijden van Melbourne gereden worden en daar rond het meer gelopen. 's Avonds zat ik op mijn bed toen ik iets over mijn buik voelde lopen, ik trek mijn shirt omhoog, loopt er een beestje. Ik denk: aahh nee he, het zal toch geen bedbug zijn. Dat zijn beestjes die je 's nachts bijten en rond je bed leven. Ik dat ding gevangen en er mee naar de receptie: ja hoor, dat was een bedbug. Ik kreeg een andere kamer en de instructie om zo min mogelijk spullen naar die andere kamer mee te nemen en de dag er na al mijn kleren te wassen. Ik was in Nederland ook al over deze beestjes verteld en dat een hostel eigenlijk heel grondig moet schoonmaken en dingen er tegen doen, maar hier gaven ze er niet zo veel om. Balen, want het heeft mijn tijd in Melbourne flink verpest. Ik wou nog naar het centrum van Melbourne gaan, maar na op zondag mijn kleren gewassen te hebben en alles in vuilnis zakken gestopt te hebben, ben ik maandag ochtend zo snel mogelijk vertrokken en heb ik in een park mijn tas gecontroleerd op bedbugs (ze kruipen graag in zomen en naadjes). Ik vond er 1 in een riempje van mijn tas en voor de rest niet. Maar aangezien ik die dag naar ome Jan en tante Tini zou gaan (tante Tini is een zus van mijn oma), wilde ik absoluut geen bedbugs met mij mee nemen. Dus ik hun er van op de hoogte gebracht en meteen dat ik bij hun aankwam, al mijn kleren nogmaals gewassen en in de droger en al mijn andere spullen in het hete water, zodat de bedbugs dood zouden gaan. Niet leuk, maar ik was blij dat bij hun was en al mijn spullen kon wassen enz.
Die avond uit eten geweest met nog meer mensen van het 'retirement village' waar ze wonen. Dit soort 'villages' kennen we niet in Nederland, maar het is als het waren een dorp/gemeenschap met een centraal gebouw met fasiliteiten en de huizen en stoepen zijn allemaal vlak. Hier heb ik de laatste week doorgebracht en ben naar de dierentuin geweest, een paar activiteiten van het 'dorp' bijgewoond en naar een Australische football wedstrijd in een stadion geweest. Dat laatste wordt alleen in Australië gespeeld met andere regels en op een ovaal veld. Ik kon het niet altijd volgen, maar dat maakte niet uit, ik vond het leuk om meegemaakt te hebben. En afgelopen zondag mijn verjaardag hier op kleine schaal gevierd. Iedereen die me via dit blog gefeliciteerd heeft: bedankt.

Wat betreft mijn verdere plannen: ik heb besloten om niet meer met Stefan verder te reizen. Donderdag ochtend ga ik een 2 daagse tour van Melbourne naar Adelaide maken. Dan ga ik een dag of 10 WWOOFen bij Adelaide om op 3 mei een 10 daagse tour van Adelaide naar Alice Springs te maken. Het is een echte outback tour, dus van 3 t/m 12 mei ben ik waarschijnlijk 10 dagen onbereikbaar en afgesloten van de buitenwereld. (De 2 daagse tour is de tour die op www.wildlifetours.com.au te vinden is en de 10 daagse tour is 'Heading Bush', te vinden op www.headingbush.com ). Daarna ga ik waarschijnlijk met het vliegtuig naar Brisbane om de oostkust naar het noorden te volgen.

Tot de volgende keer,

Daan

On the road en een Australische bruiloft

In mijn vorige verhaal zei ik dat we op zoek naar werk gingen. Dat hebben we ook gedaan, maar we konden niks in de buurt vinden. We bleven dus ‘on the road’.

In Bombala, waar mijn laatste verhaal eindigde, verbleven we op een betaalde camping. Er hing een beetje een vreemde sfeer, maar we konden er wel lekker een douche nemen. De volgende dag was het weer mooi weer. We zouden die dag de grens tussen New South Wales en Victoria oversteken en we waren bij onze WWOOF host verteld dat je geen fruit van New South Wales naar Victoria mee kan nemen, vanwege fruitvliegjes, dus die ochtend bestond het ontbijt uit bananen en daarna in de auto nog een paar appels. We reden op ons gemak over de rustige snelweg naar het zuiden en pas na de grens realiseerden we ons dat we helemaal geen controle tegen gekomen waren. Nou goed, het had ons niet verkeerd gesmaakt, dus het maakte ons niet uit. (Pas veel later kwamen we een parkeerplaats naast de weg tegen met een bord dat vertelde dat je al je fruit in de container die er stond moest gooien in verband met de fruitvliegjes.) Ik zat achter het stuur en zag een bruin bordje (op de bruine bordjes staan meestal dingen om te bezichtigen) met ‘rain forest walk’. Super mooie wandeling door een stuk regenwoud gemaakt. Zeker het zonlicht dat door de bomen viel, was heel speciaal. Het licht leek op zonlicht van laat in de middag, terwijl het een uur of 13:00 was.

Verder zuid en verder omlaag, want we begonnen hoogte te verliezen naarmate we dichterbij de kust kwamen. Weer een bruin bordje, deze keer met ‘toeristen route’. Waarom niet, we zijn tenslotte op reis. We waren blij dat we deze weg genomen hadden, want anders hadden we het strand misschien die dag niet gezien. Het voelde goed om weer op zeeniveau te zijn, het was prachtig weer en we hadden het strand voor ons alleen!

Omdat we geen werk gevonden hadden, besloten we om weer een WWOOF host te zoeken. Na een uur van bellen, voicemails inspreken en verder zoeken, was het raak, in Toora. Maar we konden niet meteen langskomen, we moesten ‘wachten’ tot zondagavond. Die avond naar onze eerder uitgekozen Rest Area, om daar bordjes te vinden van ‘verboden te kamperen, ook niet in voertuigen’. Daar wel avond eten gemaakt en getwijfeld of we het zouden gokken, maar uiteindelijk toch verder gegaan. Het begon al donker te worden en de volgende Rest Area zou nog een stuk verder zijn. Gelukkig kwamen we een andere tegen, waar we zouden blijven.

De volgende dag was het weer slechter. Veel wind en af en toe hevige regen. Aan het einde van de middag op een Caravan Park de auto geparkeerd, maar vanwege het slechte weer konden we niet koken. Gelukkig hadden we een keer wortels gekocht in plaats van blikjes met mais en doperwten, dus ons avondmaal bestond uit wortelen en boterhammen.

Zaterdag. We waren al redelijk dichtbij waar we zondagavond konden komen, dus we gingen op zoek om wat in de buurt te doen. Een nationaal park, waar we een wandelingetje gemaakt hebben, maar echt speciaal was het niet. We besloten om naar een Camping Area aan de kust te gaan. Na een stuk zandweg komen we er, zitten er een paar vage figuren spullen te verbranden en er was geen strand te zien. Ik vond de vreemde sfeer maar niks, dus we gingen weer snel weg. Onze volgende keuze was beter en de nacht op een parkeerplaats in een haven doorgebracht.

Zondag. We waren ondertussen al vlakbij en er was niks meer in de buurt te doen, dus hebben we maar wat rondgehangen. Saaie dag. Net een beetje zoals zondag thuis soms voelt. Maar toen het uiteindelijk avond was en we aankwamen bij Micheal en Sheree, was de saaie zondag snel vergeten. Het is hier geweldig! Was eerste wat ik dacht. We hadden een eigen huisje aan het einde van de appelboomgaard, met een geweldig uitzicht over de baai naar Wilsons Promontory (na Tasmanië het zuidelijkse puntje van Australië). Micheal en Sheree zijn waren super aaridge mensen en de volgende dag zou er een WWOOFer uit Israël komen. Dus die avond weer lekker een bed en de volgende dag een andere backpacker om te ontmoeten.

De komende zaterdag zou de bruiloft van Sheree’s dochter zijn, waarvoor er nog veel moest gebeuren. En waarvoor we welkom waren! Dus de afgelopen week hebben we veel aan de tuin en boomgaard gedaan, want de hele bruiloft zou zich afspelen op het terrein van Micheal en Sheree. Bramenstruiken verwijderd, het snoeiafval van de afgelopen maanden verbrand, zodat er ruimte was voor de auto’s om te parkeren en de grote tent inrichten. Op woensdag hadden we evengoed een dagje vrij, waarop we met z’n drieën naar Wilsons Promontory geweest waren. Super mooi National Park, waarvan helaas nog veel wandelpaden dicht waren vanwege overstromingen vorig jaar.

In ons huisje zou de muziek zijn, dus we moesten op zaterdag alles er uit halen. Na alle voorbereidingen een overhemd van Micheal aangetrokken, want ja, welke backpacker heeft er kleren bij zich voor op een bruiloft?

De bruiloft was echt geweldig. Het was mooi weer en alles verliep goed. Het ja-woord werd aan de andere kant van de boomgaard gegeven en daarna mocht iedereen een plant of boompje planten, aangezien Micheal en Sheree hier nog maar vier maanden wonen. Veel mensen gesproken. Bijna iedereen woonde in Melbourne en ik ben vier keer een slaapplek aangeboden gekregen als ik vertelde dat ik hierna naar Melbourne zou gaan! Geweldig! Dus uiteindelijk heb ik nu twee telefoonnummers en aangezien het volgend weekend pasen is en er dan veel te doen is in Melbourne, gaan we aankomende week naar Melbourne.

Daan

Yass en Nunnock

Op de vrijdag waarop ik mijn laatste verhaal geplaatst heb vertrokken uit Sydney in zuidelijke richting. En dat ging niet van 'n leien dakje. Stefan (de jongen waar ik mee meereis, (uit Zwaagdijk West)) heeft dus een auto gekocht van twee andere backpackers. Het was op die vrijdag regenachtig, dus de ruitenwissers moesten aan. Maar die deden het niet. En omdat we ook nog drie andere jongens in de auto hadden om hun naar hun gekochte auto te brengen, begonnen de ramen aan de binnenkant te beslaan. En dat in combinatie met het links rijden en de drukte van Sydney zorgde voor lichte paniek. Ik snel de jongen bellen waarvan Stefan de auto gekocht had om te vragen hoe het zat. Het contact werkte niet goed meer, dus om stroom te krijgen, moest je de sleutel iets terug draaien. Dat werkte gelukkig. Nu konden we dus weer wat zien en was de volgende vraag hoe we uit Sydney kwamen en naar de plek waar de andere jongens hun auto op konden halen. Na het gevraagd te hebben en met behulp van een ongedetailleerde kaart bereikte we de plaats van bestemming. Na zelf getankt te hebben en wat eten te hebben ingeslagen, vertrokken Stefan en ik naar het zuiden. Stefan heeft een boek gekocht waarin campings en Rest Area's staan. Na een paar uur rijden en de bedoelde Rest Area gemist te hebben (waarvoor je een afrit aan de middenberm kant (!) van de snelweg moest hebben), stopten we op een andere Rest Area om de nacht door te brengen. Het begon al donker te worden, dus snel alle spullen op de voorstoelen en de slaapzakken achterin. Na enkel een paar droge boterhammen zouden we een koude nacht doorbrengen zonder enig idee wat de volgende dag zou brengen.

De volgende dag was het weer nog steeds slecht. We besloten om verder te rijden. WE hadden met zulk weer geen zin om nog een nacht in de auto te slapen, dus besloten we een WWOOF host te gaan zoeken (waar je 4 tot 6 uur per dag werk voor kost en inwoning). Allebei het WWOOF boek erbij en de hosts in de omgeving opgezocht. Na drie telefoontjes was het raak en mochten we bij Stephe en Karina langs komen. Ze hadden liever gehad dat we verder van tevoren gebeld hadden, maar gezien het weer vonden ze het goed. Dus op naar het plaatsje Yass. We kwamen aan bij een enorm groot huis, wat in 1857 begonnen was als normaal huis en door de tijd heen uitgebreid is tot een huis met 13 slaapkamers, 11 badkamers, een bal zaal en een ruimte met een snooker tafel. Dan nog een eetkamer voor 30 man, een zitkamer en een bibliotheek. Stephe en Karina hebben het zes jaar geleden in vervallen staat gekocht en Stephe is het sindsdien aan het opknappen met de hulp van WWOOFers, op dat moment wij dus. We mochten beginnnen aan de ramen en kozijnen in wat uiteindelijk hun badkamer zou worden. We moesten ze demonteren en daarna de verf er af schrapen, zodat ze daarna opnieuw geschilderd konden worden. Stephe waarschuwde ons voor spinnen en vertelde dat we bij hun rekening moesten houden met 3 verschillende soorten. De eerste was de zwarte weduwe of redback, een klein spinnetje. De tweede was een grotere spin welke vaak in hoekjes van o.a. kozijnen kroop en de laatste maakt een holletje in de grond. Deze spinnen kunnen dodelijk zijn, alhoewel er ook tegengif bestaat. Goed om te weten. Die avond lekker gegeten en 's nachts in een bed op een eigen kamer geslapen. De komende twee weken zouden de ochtenden tot aan de lunch bestaan uit het af schrapen van verf van de kozijnen. Wat ons dus 's middags en 's avonds vrije tijd gaf.

In die vrije tijd hebben we pool gespeeld op de snooker tafel, rondjes gelopen door Yass, de regels van cricket uitgelegd gekregen en de laatste wedstrijden van het seizoen op tv gekeken. Het weer klaarde al snel op en na zes dagen werken, bood Karina aan om ons mee te nemen naar Canberra, de hoofdstad van Australië, een uur rijden van Yass. Eenmaal daar, besloten we om naar het National Museum of Australia te gaan. Na een stuk langs het meer in Canberra gelopen te hebben, waren we er. Het was super om zo vroeg in onze reis van alles te weten te komen over de geschiedenis van Australië. De invloed van westerlingen in zo'n korte tijd is eigenlijk belachelijk.

Stephe heeft in de bal zaal zijn modeltreintjes en op zaterdag was er de maandelijkse meeting. Grappig om een keer mee te maken, maar wel saai.

We zouden eigenlijk na twee weken op zaterdag weg gaan, maar omdat er een festival in Yass was, besloten we te blijven. De donderdag daar voor was er een andere WWOOFer gekomen, Joeline uit Duitsland. Zondag was er een autoshow op het festival en aangezien Stephe drie oude Porsche heeft, mochten wij die op zaterdag poetsen. Dat duurde langer dan gedacht, dus toen we uiteindelijk bij het terrein aankwamen was het al wat later en vonden we het de 15 dollar niet meer waard, want we zouden de volgende dag sowieso gaan.

De volgende dag gingen we dus met drie Porsche naar het festival. Joeline mocht er ook een rijden en ik ging met haar mee. We konden bij de ingang zo doorrijden. Het festival bestond uit een autoshow van oude auto's, een kermis, paarden springen, schapen herden en nog een paar andere dingen. We hebben voornamelijk bij het schapen herden zitten kijken. Geweldig hoe die honden op de schapen springen. Ook kon je er poffertjes kopen, vreemd, om aan de andere kant van de wereld 'Dutch Pancakes' te eten. In de middag nog meegereden in een optocht met de Porsches.
's Avonds mocht ik de Porsche 356 van de oprit naar de garage aan de andere kant van het huis rijden. Gaaf om in zo'n oude auto te rijden en voor het eerst aan de linkerkant (maar liefst 100 meter!).

Maandag hebben we Stephe, Karina en Joeline gedag gezegd en vertrokken we richting Canberra. We wilden een toren in om heel Canberra te kunnen zien, maar het weer zat niet mee, dus besloten we om door te rijden. De afslag naar het parlement huis gemist, dus besloten we om dan heel Canberra maar over te slaan en naar de Rest Area te gaan die we uitgekozen hadden. Daar kwamen we dus al vroeg aan. Dus we gingen verder. Nu naar Nunnock Camp in South East Forests National Park. De beschrijving was vanaf de andere kant dan waar wij vandaan zouden komen, dus besloten we om onze eigen route te vinden. Dat hebben we geweten, want na een tijd over zandweggentjes gereden te hebben, kwamen we bij de weg waar de routebeschrijving van uit ging. Dus na een uur over een stenenweg gereden te hebben, kwamen we aan op Nunnock Camp. We waren de enige. Snel eten gaan maken, want het was al na zessen en om half acht zou het donker worden. De aardappels en rode bieten uit blik smaakten ons goed en net voordat het helemaal donker was, kropen we achterin de auto.

We hadden gezien dat er wandelroutes waren en het was mooi weer, dus de volgende dag begonnen we aan de 3.1 kilometer naar Alexanders Hut. Onderweg door de bossen en over de weide kangaroo's gezien! De Hut was een houten huisje uit 1920.
Op de terugweg wilden we nog naar een uitkijkpunt, maar de paden waren te nat. 's Avonds onze tweede eigen avondmaaltijd gegeten en de volgende dag weer het stuk over de stenenweg terug gereden.

Nu zijn we in Bombala en gaan we op zoek naar werk.

Oke, tot de volgende keer,

Daan