Heading Bush
Hallo allemaal,
Ik ben al weer een tijdje terug in de bewoonde wereld, tijd om mijn belevenissen in de Outback te delen met jullie.
(Dag 1)
Vroeg opgehaald bij het hostel waar ik -en later bleek de helft van de groep- verbleef. Naar het kantoor van Heading Bush gereden om alles door te nemen en mijn gehuurde slaapzak te krijgen. Ook maar een vliegennet gekocht voor over je hoofd.
Eén van de medereizigers was Marleen, waarmee ik met de groepsvlucht van Nederland naar Australië gevlogen was. Heel toevallig, ik wist wel dat ze ook graag deze trip wilde doen, maar het was wel toevallig dat we dezelfde geboekt hadden.
De eerste stop was bij Port Germein, een hele lange houten pier waar vroeger de schepen geladen werden. Verder gereden, geluncht, en een wandeling gemaakt in Mount Remarkable National Park met een prachtig uitzicht. Later die middag een ritje op een kameel gemaakt! Dat was een hele ervaring. Achterover leunen als hij opstaat, want hij staat eerst met z'n achterpoten op. Na een hobbelig maar leuk ritje van een halfuur en wat foto's stapten we weer af om weer verder te gaan naar de plek waar we de eerste nacht gingen doorbrengen. Daar was een Aboriginal vrouw om te vertellen over haar leven en de Aboriginals. Zij was in de bewoonde wereld geboren en in principe gewoon westers, maar ze wist wel veel van de geschiedenis en sprak ook een Aboriginal taal. Na het eten rond het kampvuur rolde iedereen voor het eerst zijn swag uit om te gaan slapen. Dat is een soort canvas zak met een matras erin, waar je met je slaapzak in gaat liggen. Dus je kan de sterrenhemel bekijken als je erin ligt, wat heel leuk is, maar de eerste nacht was de maan heel fel, dus dat was wel wennen.
(Dag 2)
Na een koude nacht en niet een geweldige nachtrust op het dunne matras, ontbeten en alles weer ingepakt om de reis te vervolgen. De eerste stop was een ‘waterhole', die de Aboriginals gebruikten, maar die door de westerse nieuwkomers vergiftigd werd om ze te doden. Tsja, de westerlingen hebben hier vroeger geen leuke dingen gedaan. Verder gereden om een korte wandeling te maken naar rotswand tekeningen van de Aboriginals van vroeger. Daarna verder naar Wilpena Pound, wat vanuit de lucht op een amphitheater lijkt. Van binnenuit kon je dat niet echt zien, maar het was even goed mooi. Wilpena Pound maakt deel uit van de Flinders Ranges, een bergketen als het ware, waarin we ergens kamp opzetten voor die avond.
(Dag 3)
Die nacht was het nog kouder dan de eerste nacht, deze ochtend zat er ijs op mijn tas die op de grond lag. Maar met kleren aan in de slaapzak en in de swag ging het net, alleen mijn hoofd en oren waren soms koud, door mijn korte haar. Deze dag een muts gekocht, welke zeker nog vaker van pas gekomen was tijdens de trip.
Die ochtend Yellow Footed Rock Wallabies gezien, een type kangaroo die redelijk zeldzaam begint te worden. Veel gereden deze dag. We kwamen ook een fietser met bepakking tegen en daarna voor zeker een minuut of 45 helemaal niks. Respect voor die man. Later in de middag bij (South) Lake Eyre gekeken, het laagste punt van Australië waar veel rivieren van het binnenland naar toe stromen. Er stond op dat moment water in, wat meestal niet zo is, maar omdat centraal Australie de laatste twee jaar meer neerslag gehad heeft dan normaal nu dus wel.
Redelijk veel vliegen deze dag, welke vele, vele malen irritanter zijn dan de vliegen in Nederland, want ze gaan op je gezicht zitten en kruipen naar je ooghoeken en oren op zoek naar vocht, wat schaars is, want het blijft toch allemaal woestijn.
‘s Avonds oude bielzen van de oude Ghan Railway verzameld voor het kampvuur van die avond welke erg goed en lang brandden, en kamp opgezet bij een oud en verlaten huis.
(Dag 4)
Deze dag gestopt in William Creek, een heel klein plaatsje met een restaurant, hotel, camping, benzine pomp en vliegveldje. En volgens mij zijn de vaste bewoners op twee handen te tellen.
Daarna Coober Pedy, een plaats die onstaan is vanwege het mijnen naar Opal, glimmende steentjes in mijn ogen, maar sommige zijn heel duur. Omdat het er zo warm is, wonen de mensen ondergronds, waar het altijd tussen de 21 en 25 graden is. Er wordt nog steeds gegraven naar Opal, maar er wonen ook Aboriginals en er is veel criminaliteit. Ik vond dat er maar een vreemde sfeer hing. Maar we konden hier wel douchen! Ik had verwacht dat dat pas weer in Alice Springs, na 10 dagen, kon, dus dat was een meevaller.
De zon ging die avond heel snel onder. Je kon hem zowat zien zakken. Hij was binnen een paar minuten achter de horizon verdwenen. En vlak daarna kwam de maan in het oosten op. Heel vreemd maar heel cool om te zien.
Die avond stonden we op een open plek en waaide het. De meeste gingen achter de jeep en aanhanger liggen, maar ik en een paar anderen gingen met onze voeten tegen de wind in liggen, wat prima werkte, de wind ging over je heen.
(Dag 5)
Die ochtend een hele mooie zonsopkomst gezien. Daarna naar de Painted Desert gereden om een wandeling te maken. Het heet zo, omdat het meerdere en mooie kleuren heeft.
In het Pink Roadhouse in Oodnadatta een Magnum ijsje gekocht. Kostte wel 4,50, maar was wel lekker midden in de woestijn.
Die avond naast een opgedroogde rivier kamp opgezet. Nadeel daarvan was dat er veel vliegen en muggen zaten. En spinnen en slangen. Hier kwam het vliegennet mooi van pas.
(Dag 6)
Vroeg opgestaan en het ontbijt overgeslagen om eerst naar de Dalhousie Hotspring te gaan. Dit is een heetwaterbron waar je in kan zwemmen. Dat was echt heeeeerlijk. Het was ‘s ochtends nog redelijk koud en het water was lekker warm. Nadat iedereen zich weer herboren voelde, ontbeten en weer de auto/jeep in om verder te rijden. Alleen niet zonder slag of stoot deze morgen. Na een uur of twee verminderde de gids vaart en ik dacht dat het was omdat we een bijzonder ruig stuk weg met stenen tegen kwamen, maar hij stopte helemaal. Hij liep een rondje om de auto en iedereen moest uitstappen, want we hadden een lekke band... Na een ruim half uur zat de reserve band er op en konden we weer verder. We waren redelijk dichtbij een plaatsje (wat dan weer niet meer inhoud dan een restaurant, hotel en een paar vaste bewoners), waar de gids gelukkig een nieuwe reserve band kon krijgen van een andere auto. Maar doordat het allemaal wat tijd kostte, gingen we daar lunchen. Dat was niet echt fijn, want het zat daar vol met vliegen. Echt heel, heel veel. Ik heb mijn broodjes gesmeerd met mijn vliegennet op en hem daarna half opgehouden tijdens het eten. Wat dan weer best grappig is, is dat er evengoed vliegen om je hoofd vliegen die op je hoofd willen gaan zitten, maar toen er eentje in mijn vliegennet zat, wilde die juist naar buiten toe. Vreemde beestjes...
Mensen in die kleine plaatsjes vragen altijd waar je naar toe gaat. Misschien ook uit interesse, maar volgens mij meer voor de veiligheid. Als we een andere auto tegen kwamen en we stopten allebei, vroeg de gids ook altijd of ze wisten waar ze heen gingen. Je wilt niet verdwaald raken in de outback, dat is een ding dat zeker is.
Die middag het Northern Territory binnen gereden. Daarna naar de Simpson Desert. Hier is het zand heel mooi rood/oranje en het landschap is heuvelachtig. Weer heel anders. Het landschap veranderde trouwens elke half uur tot uur wel. Het is zeker niet alleen maar open rode zand vlakte.
Hierna reden we naar een Aboriginal Community, een Aboriginal dorpje. Je mag er als non-Aboriginal alleen in als je toestemming hebt. Het was eigenlijk gewoon een soort achterstandswijk. Alles was slecht onderhouden en er hing een vreemde sfeer. We kwamen hier om ons water bij te vullen en eigenlijk ook boodschappen te doen, maar de supermarkt was dicht.
Daarna door de droogliggende Finke River gereden. Dit schijnt de oudste rivier te wereld te zijn.
Die avond zette we kamp op bij het geografisch midden van Australië en heb ik er 10 meter vanaf geslapen. Als je Australië zonder Tasmanië uit een kaart zou knippen, dan zou je het op dit punt kunnen balanceren.
(Dag 7)
Deze dag reden we bijna een koe aan. Je ziet af en toe wel een paar koeien, maar deze zat aan de kant van de weg en schrok van ons en sprong de weg op, waarna hij gelukkig weer van de weg af sprong, want anders hadden we hem waarschijnlijk geraakt. Een stukje verder kwamen we een verlaten auto tegen. Hoogst waarschijnlijk van Aboriginals. De gids zei dat ze waarschijnlijk zonder brandstof waren komen te staan of panne hadden. Aboriginals laten hun auto dan gewoon achter. Ze geven niet veel om hun bezittingen. De gids vertelde ook dat als Aboriginals een kangaroo op de weg zien, dat ze hem dan proberen te raken, zodat ze eten hebben.
Eindelijk weer de geasfalteerde weg bereikt deze dag. In de middag Uluru / Ayers Rock bereikt. Dat is die grote rode steen die iedereen waarschijnlijk wel kent. Eerst naar de camping, waar we die nacht zouden doorbrengen. En waar we weer konden douchen! Die avond de zonsondergang bij Uluru bekeken. Dat was echt gaaf. De kleurverandering naarmate de zon ondergaat, echt heel mooi om te zien.
(Dag 8)
Deze ochtend voor zonsopkomst opgestaan om de zonsopkomst bij Uluru te bekijken, wat wederom heel mooi was. Daarna om Uluru heen gelopen. Het was prachtig weer en geen wolkje aan de lucht, dus dat was ook weer heel mooi. Van dicht bij is hij redelijk anders.
Die middag ook nog een wandeling bij de Kata Tjuta gemaakt. Dat zijn bergen vlakbij Uluru. Die eigenlijk net zo indrukwekkend zijn dan Uluru, maar veel minder toeristisch.
Die avond tot in het donker gereden om aan de rand van een opgedroogd zoutmeer te kamperen. De sterrenhemel was daar echt geweldig, zo veel sterren.
(Dag 9)
Wakker worden aan de rand van het zoutmeer was heel gaaf. Deze ochtend rustig aan, want we hadden geen haast. Vandaag een wandeling van 4 uur gemaakt door de Kings Canyon. Ik was eerst bang dat mijn knieën het misschien niet aan zouden kunnen, maar dat ging gelukkig goed. Er was ook een ouder stel mee, waarvan de vrouw in een niet zo'n goede conditie was, dus het tempo lag gelukkig niet hoog. Dit was misschien wel het mooiste van de trip. Een geweldig mooi rots/steen landschap wat door de tijd heen uitgesleten/verweerd is tot wat het vandaag is.
(Dag 10)
Deze laatste dag rustig aan richting Alice Springs vertrokken. Onderweg nog een paar keer gestopt bij een paar mooie punten en bij de lunch gingen sommige nog zwemmen.
In Alice Springs met de hele groep in hetzelfde hostel ingecheckt en ‘s avonds met z'n alle uit eten geweest.
-
De groep bestond voor meer dan de helft uit Nederlanderse backpackers. Zeven van de twaalf reizigers was Nederlands. Dat komt omdat we via Australian Backpackers (het bedrijf waarbij ik alles geregeld en geboekt met om naar Australië te gaan) korting krijgen en zei deze tour ook aanraden. Het was leuk om met andere Nederlanders te reizen. Dat voelde vertrouwd en communiceerde makkelijker dan in het Engels. We spraken ook Engels onder elkaar, voor de anderen van de groep, want die kunnen anders niet mee praten.
En wist u dat?
- Het zand rood is door roest?
- De neerslag in de outback heel onvoorspelbaar is en er de laatste twee jaar meer gevallen is dan normaal?
- Brandstof en eten duur is in de outback?
- Er ook muizen en ratten zijn die springen zoals kangaroo's?
- Het vreemd was om weer terug te gaan naar de bewoonde wereld?
- Het nogmaals erg fijn was om met andere Nederlanders te reizen?
Daan
Reacties
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}